Microsoft Word 2003
Deze tutorial leert je de beginselen van Microsoft Word. Alhoewel het handig is als je weet hoe je in Windows moet navigeren, is deze tutorial gemaakt voor de beginnende computergebruiker.
De tutorial is vrijelijk vertaald uit het engels van een online tutorial van Baycon Group. De orginele tutorial is hier te bekijken: http://www.baycongroup.com/wlesson0.htm.
LET OP: De tutorial is nog in ontwikkeling!
Nu zijn alleen nog les 1 t/m 4 beschikbaar. De andere lessen zullen zo spoedig mogelijk beschikbaar zijn.
Inhoudsopgave
Les 1: Bekend raken met Microsoft Word 2003
1.1 De titelbalk
1.2 De werkbalk van Word
1.3 Microsoft Word Toolbars
1.4 De liniaal
1.5 Het document
1.6 Het tekstveld
1.7 Word 2003 afsluiten
Les 2: Dit moet je weten over Microsoft Word 2003
2.1 Klikken
2.2 Opties
2.3 Tekst selecteren
2.4 Menuopties selecteren
2.5 De cursor plaatsen
2.6 Het menu gebruiken met de ALT toets
2.7 Sneltoetsen
2.8 Een nieuwe paragraaf beginnen
2.9 Word 2003 afsluiten
Les 3: Microsoft Word 2003 beginselen
3.1 Typen en de BACKSPACE toets gebruiken
3.2 De DELETE toets
3.3 Tekst invoeren
3.4 Overtype
3.5 Dikgedrukte tekst, Onderstrepen en schuingedrukte tekst
3.6 Opslaan en afsluiten
Les 4: Nog meer Word 2003 beginselen
4.1 Een bestand openen
4.2 Knippen en plakken
4.3 Kopieëren en plakken
4.4 AutoText
4.5 Spellingscontrole
4.6 Zoeken en vervangen
4.7 Lettergrootte
4.8 Lettertypes
4.9 Opslaan en afsluiten
Les 5: Werken met paragraven
5.1 Spatie voor en achter
5.2 Regelafstand
5.3 Eerste regel inspringen
5.4 Inspringen
5.5 Uitlijnen
5.6 Hangende inspringing
5.7 Opslaan en afsluiten
Les 6: TAB toets, opsommingen, nummeren, herstellen, herhalen, printen en help
6.1 De TAB toets
6.2 Opsommingen en nummeren
6.3 Herstellen en herhalen
6.4 Bestand opslaan
6.5 Bestand sluiten
6.6 Nieuw bestand maken
6.7 Printen
Les 7: Tabellen
7.1 Tabellen maken
7.2 Een tabel plaatsen
7.3 Tekst in een tabel plaatsen
7.4 Een rij selecteren en de tekst vetgedrukt maken
7.5 Tekst rechts uitlijnen
7.6 Een nieuwe rij aan het eind van de tabel
7.7 Een nieuwe rij tussen de tabel
7.8 De kolommen verschalen
7.9 Een nieuwe kolom toevoegen
7.10 Een tabel sorteren
7.11 De optelfunctie
7.12 Een kolom verwijderen
7.13 Een rij verwijderen
7.14 Opnieuw berekenen
7.15 Cellen samenvoegen
7.16 Tabelkoppen
7.17 Een tekst converteren naar een tabel
7.18 Een tabel opsplitsen
7.19 Tabellen AutoFormat
7.20 Opslaan
Les 1
Om te beginnen start je Microsoft Word 2003. Je scherm ziet er dan ongeveer zo uit (klik op het plaatje om deze te vergroten):

Klik op het kruisje, rechtsboven in je scherm, in de balk "aan de slag" om deze balk te sluiten. Je scherm ziet er daarna zo uit:

1.1 De titelbalk
Deze les zal je bekend maken met het Word scherm. We gaan beginnen met de Titelbalk die helemaal boven aan je scherm staat. In de titelbalk geeft Word de naam van je document weer waar je op het moment aan werkt. Boven in het scherm moet je de tekst "Document1 - Microsoft Word" zien, of een vergelijkbare naam (als je een andere taal gebruikt):

1.2 De werkbalk van Word

De menubalk vind je meestal direct onder de titelbalk. De menubalk laat het menu van Word zien. Het menu begint met het word "bestand" en gaat verder met "bewerken, beels, invoegen, opmaak, extra, tabel, venster en help". Je gebruikt het menu om instructies te geven aan het programma. Beweeg je muiscursor naar een menuoptie en druk op de linkermuisknop om de menuoptie te openen. Je kunt nu met de links- en rechtstoetsen op je toetsenbord door de menuopties bladeren en met de omhoog- en omlaagtoetsen door de menu's bladeren.

De meest gebruikte opties verschijnen in het menu. Een pijltje verschijnt aan de onderkant van de lijst. Klik op het pijltje om alle menuopties weer te geven.

Om een optie te kiezen klik je op de optie of gebruik je de pijltjestoetsen om de optie te selecteren en druk je op ENTER. Een pijltje rechts van de optie betekend dat het menu nog onderliggende opties bevat. Als je een van deze opties met een pijltje kiest krijg je een nieuw venster met de onderliggende opties. Opties die een lichtere grijze kleur hebben zijn niet beschikbaar.
Je kunt je werkplek zo aanpassen dat meteen alle menuopties weergegeven worden als je in het menu kijkt. Dan hoef je dus niet steeds op het pijltje te klikken om alle menuitems weer te geven. Deze tutorial gaat er van uit dat je deze instelling zo hebt ingesteld. Om deze instelling aan te passen moet je de volgende stappen doorlopen:
1. Klik op "extra" in het menu
2. Klik op het pijltje om alle menuopties weer te geven
3. Klik op "aanpassen" onder in het menu. Nu opent het "aanpassen" venster.
4. Klik op de tab met de tekst "opties". Als het goed is is deze al standaard zichtbaar.
5. Vink de optie "Altijd volledige menu's weergeven" aan. Dit doe je door op het vakje voor deze optie te klikken. Er verschijnt dan een zwart vinkje in. Dit betekend dat deze optie geselecteerd is.
6. Klik daarna op sluiten.

Oefening 1
Doe de volgende oefening. Je leert omgaan met het menu van Word 2003.
1. Klik op "bestand" in de menubalk
2. Druk op de rechtstoets op je toetsenbord tot "help" is geselecteerd.
3. Druk op de linkstoets op je toetsenbord tot "opmaak" is geselecteerd.
4. Druk op de omlaagtoets op je toetsenbord tot "opmaakprofielen en opmaak" is geselecteerd.
5. Druk op de omhoogtoets tot de optie "Alinea" is geselecteerd.
6. Druk op ENTER om het "alinea" venster te openen.
7. Klik op "annuleren" om het venster weer te sluiten.
1.3 Microsoft Word Toolbars

De standaard werkbalk

De opmaak werkbalk
Werkalken bevatten knoppen met snelkoppelingen naar menuopties. De werkbalken staan meestal onder de menubalk. Voordat je verder gaat met deze lessen moet je zeker weten dat de werkbalken die hierboven afgebeeld zijn zichtbaar zijn in je scherm. Volg de onderstaande stappen:
1. Klik op "beeld" in het menu.
2. Ga naar beneden naar "werkbalken"
3. "Standaard" en "Opmaak" zouden geselecteerd moeten zijn (met vinkjes voor de titels). Als dit het geval is druk je drie keer op de toets ESC om de menu's te sluiten.
4. Als ze niet geselecteerd zijn klik je op de werkbalken die niet geselecteerd zijn. Er verschijnt nu een vinkje voor en de werkbalken worden zichtbaar in het scherm. Druk drie maal op de toets ESC om alle menu's te sluiten.
1.4 De liniaal

De liniaal is meestal zichtbaar onder de werkbalken. Met de liniaal kun je de opmaak van je document snel aanpassen. Om de liniaal weer te geven (als je die niet al standaard ziet):
1. Klik op "beeld" in het menu.
2. De optie "liniaal" zou een vinkje moeten hebben voor de optie. Als dat zo is druk je op de toets ESC om het menu te sluiten.
3. Als de optie niet aangevinkt is klik je er op om hem aan te vinken. Er verschijnt nu een liniaal in je scherm onder de werkbalken.
1.5 Het document

In Word 2003 kun je je document in 5 verschillende manieren bekijken; Normaal, Web-layout, Afdrukweergave, Leesindeling en Overzicht. Voordat we verder gaan met de les moet je zeker zijn dat je de "normaal" weergave hebt gekozen. Doe dit door in het menu onder "Beeld" op "Normaal" te klikken.
Normale weergave
De normale weergave is de meest gebruikte en geeft opmaak zoals lijnhoogte, lettertypes en scheefgedrukte tekst weer. Word geeft meervoudige kolommentekst in een ononderbroken kolom weer.
Web Layout
Weblayout geeft het document weer zoals het in een internetbrowser zoals Internet Explorer eruit zal zien.xplorer.
Afdrukweergave
De afdrukweergave laat het document zien zoals het afgedrukt zal worden.
Leesindeling
De leesindeling laat de opmaak zo zien dat het lezen van je document op het scherm zo comfortabel mogelijk is.
Overzichtweergave
De overzichtsweergave laat het document in een overzicht zien. Titels van bijvoorbeeld hoofdstukken kunnen zonder de bijbehorende tekst weergegeven worden. Als je dan een titel verplaatst, verplaatst de bijbehorende tekst ook mee.
1.6 Het tekstveld

Net onder de liniaal is een groot gebied dat het "tekstveld" wordt genoemd. De knipperende vertikale streep in de linkerbovenhoek is de cursor. Dit geeft het punt aan waar de getypte tekst ingevoerd word. De horizontale streep naast je cursor geeft het eind van het document aan.
1.7 Word afsluiten
Je hebt nu je eerste les voltooid. Meestal wil je je werk opslaan voor je afsluit, maar aangezien we niks ingevoerd hebben hoeven we ook niets op te slaan. Daarom sluiten we Word 2003 gewoon af. Dit doe je door de volgende stappen te doorlopen. Gebruik de afbeelding eronder als referentie.
1. Klik op "Bestand".
2. Klik op "afsluiten" onderaan alle opties.
3. Als je tekst ingevoerd hebt zal Word vragen om je wijzigingen op te slaan. Als je dit wil doen klik je op "ja", anders op "nee". Klik op "annuleren" om Word niet af te sluiten en terug te keren naar je document.
4. Als je het document opslaat moet je een lokatie kiezen op je computer om het document op te slaan.
5. Geef je document de naam "les1.doc" en klik op "opslaan"
6. Nu word Word 2003 afgesloten.

Les 2
Om te beginnen openen we weer Word 2003. In les 1 staat beschreven hoe je dit moet doen.
2.1 Klikken
Tijdens de volgende lessen wordt je gevraagd om op dingen te "klikken". Als je gevraagd worden om te klikken:
1. Beweeg je de muiscursor naar het item waar je op wil klikken
2. Druk je 1 keer op de linker muisknop
Als je gevraagd wordt om te dubbelklikken:
1. Beweeg je de muiscursor naar het item waar je op wil klikken
2. Druk je 2 keer snel achter elkaar op de linker muisknop
Als je grevraagd word om rechts te klikken:
1. Beweeg je de muiscursor naar het item waar je op wil klikken
2. Druk je 1 keer op de rechter muisknop
2.2 Opties
Het volgende gedeelte gaat over de verschillende opties in Microsoft Word 2003.
De statusbalk

De statusbalk staat helemaal onderaan het Word scherm en geeft onformatie zoals de huidige pagina, huidige sectie, totaal aantal pagina's, afstand van de bovenkant van de pagina, etc. De statusbalk geeft ook mogelijkheden om je bewerkingen op te nemen, de uitgebreide modus, de overschrijfmodus en de spelling en gramatica controle.
Als een van de opties grijs is (zoals bijvoorbeeld uitgebreide modus in het voorbeeld) dan is deze niet actief. Je kunt bijvoorbeeld op de INSERT knop op je toetsenbord drukken om te zien dat de overschrijf modus ingeschakeld word. Druk nogmaals op deze toets om deze modus weer uit te schakelen.
Scrollbalken
De scrollbalken geven je de mogelijkheid om omhoog en omlaag te schuiven door het scherm door op de pijltjes op de scrollbalken te klikken. De horizontale scrollbalk is te vinden boven de statusbalk. De vertikale scrollbalk is te vinden aan de rechterkant van je scherm. Om omhoog en omlaag te scrollen kun je op de balk klikken en slepen. Om van links naar rechts over je scherm te scrollen kun je het zelfde doen met de horizontale scrollbalk.
Niet afdrukbare tekens
Sommige tekens in het document kunnen niet geprint worden maar hebben wel invloed op de opmaak van het document. Je kunt er voor kiezen om deze tekens weer te geven of te verbergen. Voor deze lessen opteren we er voor om deze tekens wel weer te geven. Dit zijn de meest voorkomende tekens:

Om de niet afdrukbare tekens aan te zeten volg je de volgende stappen:
1. Klik in het menu op 'extra'
2. Klik in het menu 'extra' op 'opties'
3. In het opties scherm dat je ziet moet je zorgen dat de tab 'weergave' geslecteerd is
4. Vink onder 'Niet afdrukbare tekens' de opties 'alles' aan (klik op het plaatje voor een schermafdruk).
5. Klik op 'ok' om de wijzigingen te accepteren

Recent geopende documenten
Als je de lijst met recentelijk geopende documenten aan hebt staan kun je in het menu 'bestand' een lijstje zijn van de laatst geopende bestanden. Als je op de naam van een document klikt kun je dit document direct openen. Dit is erg bruikbaar als je vaak aan hetzelfde bestand werkt.

2.3 Teksten selecteren
In de lessen zal je gevraagd worden om teksten te selecteren. Je kunt kiezen tussen twee methodes:ods:
Tekst selecteren met de F8 toets en de pijltjestoetsen op je toetsenbord
1. Plaats de cursor voor of achter het stukje tekst dat je wil selecteren en druk op de linkermuisknop.
2. Druk op de F8 toets op je toetsenbord. De tekst wordt vanaf dit punt geselecteerd.
3. Druk op de pijtjestoetsen om de selectie groter of kleiner te maken.
4. Druk op ESC om de selectie te annuleren en opnieuw te beginnen.
Tekst selecteren met de muis
1. Plaats de cursor voor of achter het stukje tekst dat je wil selecteren.
2. Houdt de linkermuisknop ingedrukt.
3. Beweeg de muis van links naar rechts of van onder naar boven om de tekst te selecteren.
Het menu gebruiken met de ALT toets
Er zijn heel veel verschillende methodes om taken te volbrengen in Word 2003. Meestal, als we je vragen om iets te selecteren in het menu, doe je dit met de muis, hoewel het ook mogelijk is om het als volgt te doen:
1. Druk op de ALT toets en houdt deze ingedrukt.
2. Druk de toets met de letter in die correspondeert met de onderstreepte letter van het menu-item dat je wil selecteren. Als je bijvoorbeeld het menu 'bestand' wil openen moet je op ALT+B drukken. Bij 'bestand' is de B onderstreept.
3. Nu opent het geselecteerde menu zich. Hierna kun je ook de onderliggende menuitems selecteren door de ALT toets ingedrukt te houden en de onderstreepte letter te kiezen van het item dat je wil zien.
2.4 Een nieuwe paragraaf beginnen
Als je in Word 2003 typt hoeft je geen toets in te drukken om naar een nieuwe regel te gaan zoals bij mechanische typmachines. Om een nieuwe paragraaf te beginnen of op een nieuwe regel verder te typen druk je op de ENTER toets.
2.5 Word afsluiten
Je hebt nu je tweede les voltooid. Daarom sluiten we Word 2003 af. Dit doe je door de volgende stappen te doorlopen. Gebruik de afbeelding eronder als referentie.
1. Klik op "Bestand".
2. Klik op "afsluiten" onderaan alle opties.
3. Als je tekst ingevoerd hebt zal Word vragen om je wijzigingen op te slaan. Als je dit wil doen klik je op "ja", anders op "nee". Klik op "annuleren" om Word niet af te sluiten en terug te keren naar je document.
4. Als je het document opslaat moet je een lokatie kiezen op je computer om het document op te slaan.
5. Geef je document de naam "les2.doc" en klik op "opslaan"
6. Nu word Word 2003 afgesloten.
Les 3
Deze les omvat het volgende: typen, de BACKSPACE toets, de DELETE toets, tekst invoegen, vetgedrukte tekst maken, tekst onderstrepen en tekst schuingedrukt maken. Om deze les te beginnen open je Microsoft Word 2003.
3.1 Typen en het gebruik van de BACKSPACE toets
De oefening die volgt zal je leren hoe je tekst in kan voeren en verwijderen. Om tekst in te voeren type je heel eenvoudig wat tekst in het tekstveld net zoals je een typmachine zou gebruiken. Om hoofdletters te gebruiken houd je de SHIFT toets ingedrukt tijdens het typen van een (of meerdere) letter(s). De BACKSPACE toets kun je gebruiken om tekens te verwijderen. Je hoeft niet op ENTER te drukken bij het einde van een regel, Microsoft Word gaat automatisch verder op een nieuwe regel als je aan het eind van een regel aanbeland bent. Druk op ENTER om een nieuwe paragraaf te beginnen.
Oefening 1
1. Typ de volgende zin: "Jan heeft een heel groot huis".
2. Selecteer nu het woord "huis" met behulp van de pijltjestoetsen op je toetsenbord of met de muis.
3. Druk op de BACKSPACE toets tot het woord "huis" is verwijderd.
4. Typ het woord "probleem". De regel zou nu moeten zijn: "Jan heeft een heel groot probleem"
3.2 De DELETE toets
Je kunt ook tekst verwijderen met de DELETE toets. Eerst moet je de tekst selecteren dat je wil verwijderen, dan druk je op de DELETE toets.
Oefening 2
Verwijder het woord "heel" van de zin die je net getypt hebt.
1. Selecteer het woord "heel". Plaats de cursor voor de letter "h" in het woord "heel" en druk op de F8 toets. Druk daarna net zo lang op de pijltjestoets naar rechts tot het woord "heel" is geselecteerd.
2. Druk op de DELETE toets. De zin zal nu als volgt zijn: "Jan heeft een groot probleem".
3.3 Tekst invoegen
Je kunt ook tekst invoegen. Om tekst in te voegen moet je in de "invoeg" modus zijn. Controleer of je je daadwerkelijk in deze modus bevind. Kijk rechts op de statusbalk helemaal onder aan het scherm. Als de letters "OVR" grijs zijn ben je in de invoegmodus, als ze zwart zijn ben je in de "overschrijf" modus.
Om te wisselen tussen de de instellingen kun je dubbelklikken op de letters "OVR" in je statusbalk. Je kunt ook de INSERT toets op je toetsenbord gebruiken.
3.4 Dikgedrukte, onderstreepte en schuingedrukte tekst
je kunt tekst in Word onderstrepen, vetgedrukt en schuingedrukt maken. Je kunt deze opties ook tezamen gebruiken. In de oefeningen die volgen leer je drie verschillende methodes om deze opties toe te passen. De methodes zijn; via het menu, via een icoontje en met sneltoetsen.
Oefening 5
Typ (of kopieër) het volgende precies zoals weergegeven. Onthoud dat de ENTER toets een nieuwe paragraaf begint, druk op de ENTER toets aan het eind van elke onderstaande zin:
Menu: Onderstrepen, vetgedrukt en schuingedrukte tekst in Word.
Icoon: Onderstrepen, vetgedrukt en schuingedrukte tekst in Word.
Sneltoetsen: Onderstrepen, vetgedrukt en schuingedrukte tekst in Word.
Vetgedrukt via het menu:
1. In de eerste regel selecteer je het woord "vetgedrukt".
2. In het menu selecteer je "opmaak" -> "lettertype". Het lettertype venster verschijnt.
3. Klik op "vet" in het tekenstijl menu lijstje
4. Klik op "OK" om het lettertype venster te sluiten en de aanpassingen door te voeren
5. Klik ergens op de pagina om de selectie op het woord "vetgedrukt" te verwijderen.
Vetgedrukt met een icoontje:
1. In de tweede regel selecteer je het woord "dikgedrukt"
2. Klik op het "Vet" icoontje in de gereedschapsbalk bovenin je scherm. De tekst wordt nu vetgedrukt.
3. Klik ergens op de pagina om de selectie op het woord "vetgedrukt" te verwijderen.
Vetgedrukt met sneltoetsen:
1. In de derde regel selecteer je het woord "dikgedrukt"
2. Druk op CTRL+B (houdt de CTRL toets ingedrukt terwijl je op B drukt). Om vetgedrukt uit te schakelen druk je nogmaals op deze toetsencombinatie.
3. Klik ergens op de pagina om de selectie op het woord "vetgedrukt" te verwijderen.
onder constructie...
Tools
| RSS Feed | |
| Print this page | |
![]() | Stumble It! |
Tutorial Tools
InleidingInhoudsopgave
Les 1
1.1 De titelbalk
1.2 De werkbalk van Word
1.3 Microsoft Word Toolbars
1.4 De liniaal
1.5 Het document
1.6 Het tekstveld
1.7 Word afsluiten
Les 2
2.1 Klikken
2.2 Opties
2.3 Teksten selecteren
Het menu gebruiken met de ALT toets
2.4 Een nieuwe paragraaf beginnen
2.5 Word afsluiten
Les 3
3.1 Typen en het gebruik van de BACKSPACE toets
3.2 De DELETE toets
3.3 Tekst invoegen
3.4 Dikgedrukte, onderstreepte en schuingedrukte tekst


